De pracht van Teheran

Volgens sommige reisgidsen een bestemming waar je niet al te lang hoeft te blijven.
Helaas had ik de mogelijkheid hier maar twee dagen te zijn, en dat is wat mij betreft veel te kort. 
De stad is immens met haar ruim tien miljoen inwoners. Tien miljoen prachtige inwoners!

En dat is wellicht ook de reden dat ik zeker niet alles heb gezien wat ik wilde zien, omdat ik steeds maar in gesprek raakte met haar mensen, ieder met zijn of haar verhaal. Droevige, aangrijpende maar ook hele leuke verhalen. En dat is wat een reis aan Iran zo bijzonder maakt.

De dagen dat ik in Teheran was, waren ten tijden van de verkiezingen, en die zijn een stuk spannender dan die in Nederland.
De huidige hoogste leider is Ali Khamenei, een Iraanse grootayatollah. Hij volgde toen Ayatollah Ruhollah Khomeini op. Van 1981 tot 1989 was hij president van Iran. Ayatollah is een hoge titel die gegeven wordt aan sjiitische geestelijken. Het woord betekent ‘teken van God’ en zij die de titel dragen zijn kenners van de sjiitische islam. Daaronder vallen ook rechtspraak, ethiek en filosofie. Khamenei is een voorstander van een conservatief islamisme, dat slechts zelden hervormingen toestaat.
 (bron: Wikipedia) Afbeeldingen van deze twee geestelijken kijken je vanaf iedere straathoek aan, waar je ook bent, ze houden je in de gaten. Van het vliegveld, de receptie van je hostel tot aan de kassa van de supermarkt; je bent gewaarschuwd!

Onder deze Ayatollah valt de president; de zittende president Rohani geldt naar Iraanse maatstaven als een pragmatische hervormer. Hij heeft gezorgd voor maatschappelijke ontspanning, waaronder om het toezicht op de kledingregels van de vrouw te versoepelen. Ook zocht Rohani toenadering tot het westen, wat leidde tot de versoepeling van de nucleaire sancties in 2016. Had zijn tegenstander Raisi gewonnen dan was de kans groot dat dat de dames geen enkele haarlok meer zouden mogen laten zien, en dat is nog maar een van de velen restricties die zou worden opgelegd.

Verwacht overigens nu ook geen grootste veranderingen, de zedenpolitie blijft gewoon van kracht, en met drie executies per dag tegen hen die zich tegen het regime keren lijkt het nog een verre weg te gaan. Máar het is in elk geval geen achteruitgang.

Amerikaanse ambassade

Bij de metrohalte Taleqani die stopt voor de voormalige Amerikaanse ambassade ontmoet ik een Iraanse studente die vraagt of ze ons mag rondleiden.
 Behalve dat ze een bloedmooi gezichtje heeft zie ik vooral de emblemen op haar rugzak; die van Slipknot en Metallica, samen met Slayer haar favoriete bands. Om haar pols heeft ze een aantal armbanden met spikes, een opvallend contrast met haar hoofddoek. Ze verteld me dat ze zojuist heeft gestemd heeft op Rohani. 
Het beste van twee kwade, en ze slaat haar ogen dicht.
Ik vraag haar wat ze het meest mist aan haar vrijheid. 
“Concerten,” zegt ze met een glimlach om haar mond.
Headbangen zonder hoofddoek, haren die wapperen op het ritme van je favoriete muziek, een biertje in je rechterhand.
In gedachten ziet ze zichzelf al staan.

“Mocht Raise winnen, wat gebeurd er dan?,” vraag ik.
Ze bedekt haar haren nu helemaal met haar hoofddoek, om te laten zien dat ze dan voortaan zo over straat zal moeten.
“Het wordt de hel,” zegt ze.
Rohani wint die avond aan stemmen. Hopelijk is dit een kleine stap dichterbij de kans dat ik dit meisje ooit in de pit tegenkom.

Helaas heb ik enkel de buitenkant van de ambassade gezien. Ook deze is al bijzonder indrukwekkend met haar anti-Amerikaanse leuzen en tekeningen.
De ambassade is niet meer in gebruik sinds november 1979, toen studenten de ambassade bezetten en de Amerikaanse staf gijzelden. Nu is het een museum.

 

 

De eerste dag brengt mij naar het noorden van Teheran, daar waar de rijkere Tehrani wonen.
Neem de metro naar Tajrish en stap uit naast de bazaar. Naast de Tajrish bazaar bevindt zich de Emamzadeh Saleh Moskee. Misschien omdat het de eerste moskee was die ik bezocht in Teheran maar deze maakte op mij de meeste indruk. Ook omdat het uitzicht op de besneeuwde bergtoppen als een waar sprookje aandeden.
Tevens vind je in deze wijk genoeg leuke koffietentjes, iets wat niet heel vanzelfsprekend is aangezien Iran vooral bekend staat om zijn theecultuur.

 

In het zuiden van Teheran is de Grand Bazaar, en dit is een waar doolhof van straten vol met allerhande spullen als karpetten, kinderspeelgoed, sieraden etc.
Wat mij vooral opviel waren de stands die plastic tasjes verkochten met merknamen als H&M en Gucci. Zeker wel de moeite waard om een middag rond de dwalen. Niet zozeer om de waar maar om eens goed mensen te kijken.

 

Vanaf het Seven Hostel is het een kwartier lopen naar de Bazaar. Wij maakten een tussenstop voor een kop koffie. Daar je het in de meeste hostels moet doen met zakjes oploskoffie wordt er bij Barmis Pallet Cafe een heerlijk latte voorgeschoteld. Maar nog leuker was het gesprek met Mehrdad die deze zaak runt.
Een jonge Iraniër, die ons alles wist te vertellen over de Iraanse cultuur; hoe je in Iran moet daten– met je auto rijdt je deur aan deur en regel je om een date, die wederom in je auto plaatsvindt-, weten we dat een alcohol dealer een saghi heet en worden we uitgenodigd voor ons eerste huisfeest. Want hoewel alles strikt verboden is, achter de verzegelde deuren is van alles mogelijk.

 

Wat je echt moet bezoeken, en ik door de gastvrijheid van de Tehrani wederom heb gemist is het Golenstanpaleis. Ik belande uiteindelijk aan de hand van ene Masameh in een park met struisvogels, en keek gefascineerd toe hoe mannen van middelbare leeftijd keken naar parende konijnen.
Ik denk eerlijk gezegd dat ik deze ervaring had willen missen want het paleis is een meesterwerk uit het Qajaren tijdperk. Een en al pracht en praal en naar horen zeggen een van dé must sees van Iran.